volkshuisvesterspensioen logo

Nieuw pensioenstelsel

Pensioen en straks

Al meer dan 20 jaar geleden wordt gesproken over de aanpassingen van het pensioenstelsel aan de ontwikkeling van arbeidsmarkt. Daarbij wordt erop gewezen dat werknemers in hun carrière veel vaker van werkgever wisselen. Ook zijn er steeds meer mensen (soms tijdelijk) ZZP-er, waarbij zij vaker geen vol pensioen meer opbouwen. Daarnaast worden we steeds ouder. Ook is duidelijk dat de regelgeving en de gehanteerde rekenrente, mede door het rentebeleid van de ECB, ernstige gebreken heeft. Indexering was vele jaren niet mogelijk, ondanks stijgende vermogens.

Werkgevers en werknemers hebben tot 2019 geduld moeten hebben met de Wet WTP die er nu ligt. En die kan alleen verder met steun vanuit de politiek. Het wetgevingstraject is momenteel gevorderd tot aan de behandeling in de Eerste Kamer. In mei 2023 wordt de behandeling aldaar naar verwachting afgerond. Gepensioneerden hebben formeel in dit traject tot nu toe geen stem. Dat is en blijft onjuist, zeker omdat de WTP nog lang niet een voldragen project is!

Uitwerking van het nieuwe stelsel (politieke traject)

De verkiezingen van de provinciale Staten in maart 2023 brachten een stevige aardverschuiving teweeg in de provinciebesturen. En daarmee dus ook in de Eerste Kamer. De partijen die zich in het recente verleden uitspraken vóór de stelselvernieuwing telden voorheen 48 van de 75 zetels. Dit aandeel lijkt nu te zijn geslonken tot 39. Naar het zich nu laat aanzien is er dus nog steeds wel een meerderheid. Het is echter niet uitgesloten dat er ten aanzien van de uitwerking en inbreng van gepensioneerden nog aanpassingen kunnen worden gedaan.

Het “invaren”

Er wordt wel gesproken over “eigen potjes” voor elke gepensioneerde in het nieuwe stelsel. Maar zo persoonlijk gaat de overgang daarheen vermoedelijk niet worden. Er worden cohorten gevormd van leeftijdsgroepen voor wie eenzelfde rekenmethode gevolgd gaat worden. Daarnaast moeten er middelen beschikbaar zijn voor reparatie van enig risico en voor de effecten van het opheffen van de “doorsneesystematiek”. In het verleden spaarde je gedurende een deel van de pensioenopbouw te weinig, hetgeen werd gecompenseerd doordat met nadien bij de dezelfde werkgever (of elders in dezelfde sector) weer relatief te weinig behoefde te betalen. Het opheffen van deze werkwijze leidt mogelijk tot een tekort in opbouw bij mensen tussen de 40 en 50 jaar.

Ook in het nieuwe stelsel is er weer een risicopot (solidariteitsreserve)nodig voor het opvangen van de eerste schommelingen in de markt. Dat moet het stelsel wat minder gevoelig maken voor bij voorbeeld sterke wisselingen in de inflatie, de rente en/of de aandelenkoersen. De ramingen hiervoor lopen uiteen van 5 tot 10%.

Hoorrecht

Rechtstreeks konden de gepensioneerden formeel niets inbrengen bij de SER en bij de daaropvolgende overleggen. Indirect is dat ons via de Koepel Gepensioneerden wel gelukt. Maar in het nieuwe stelsel wordt er voor verenigingen met een voldoende achterban het recht om te worden gehoord geïntroduceerd. Voor ons Volkshuisvesterspensioen ontstaat dit recht ook omdat SPW daarin meegaat. Onze vereniging zal actief gebruik maken van dit hoorrecht, Dit overleg met de sociale partners (Aedes en de bonden) vinden wij van groot belang.

Het VO zal een viertal adviezen gaan uitbrengen. Onder andere over het invaren en de communicatie. Daar gaat het echter om een breder afwegingskader, dus niet alleen om de belangen van ons als gepensioneerden.

Afstemming tussen SPW en de uitvoeringsorganisatie

Met ingang van 2027 zou voor iedereen het nieuwe stelsel in werking moeten zijn. SPW mikt erop om dat eerder te laten plaatsvinden. De focus staat nu op 1 januari 2026. Daarbij is van groot belang dat de organisatie die de pensionregeling uitvoert (APG) in staat is de goed en foutloos mogelijk te maken. Dat vereist afstemming en overleg tussen SPW en APG, met mogelijk effecten voor de gepensioneerden. Die hebben wij graag voor onze leden in beeld.

Onze inzet

De laatste jaren gaat het vooral om een evenwichtige verdeling van de pijn tussen werkenden, werkgevers en gepensioneerden. Maar ook in tijden van welvaart is een evenwichtige verdeling zo belangrijk. Daarvoor zet Volkshuisvesters Pensioen zich namens u in.

Wat kost het

  • Het lidmaatschap kost € 20,- per jaar.
  • U krijgt 50% reductie op uw lidmaatschapskosten in het eerste jaar.
  • Als u een nieuw lid aanbrengt krijgt u in dat jaar ook een reductie van 50% op uw lidmaatschapskosten.